1000 gedichten van de Manyõshū

Manyōshū – verzameling van tienduizend bladeren

Manyōshū (万葉集) is te vertalen als “verzameling van tienduizend bladeren”. Het is de oudste collectie van Japanse gedichten. De bloemlezing is samengesteld rond het jaar 759, tijdens de Nara periode. Het is ook de enige Japanse bloemlezing die een poëtische verzameling is van het hele volk. De kloof, die later de aristocratie van het gewone volk scheidde, was nog niet zo groot. De titel kan ook geïnterpreteerd worden als “verzameling van tienduizend tijdperken”.

In Japan zijn er 37 botanische tuinen waar de planten en poëzie van de Man’yōshū worden getoond. 27 van deze tuinen zijn toegankelijk voor het publiek.

1000 gedichten van de Manyõshū

Dit is een replica afbeelding van het eerste volume van Man’yōshū

Hoe de Manyōshū tot stand is gekomen

In tegenstelling tot latere Japanse bloemlezingen kwam de Manyōshū niet tot stand op keizerlijk bevel, maar op privé-initiatief. Vermoedelijk gaf een aristocratische kunstliefhebber aan enkele dichters de opdracht om de beste gedichten in één collectie te verzamelen. Veel mensen aanvaarden Otomo no Yakamochi als samensteller of de laatste uit een reeks van samenstellers, maar historici hebben hier een verdeelde mening over.

Aangezien de kloof die later de aristocratie van het gewone volk scheidde nog niet zo groot was, waren de auteurs afkomstig van verschillende soorten sociale klassen. Hierdoor is de bloemlezing een verzameling van werken geschreven door boeren, burgers, kooplieden, handelaars en leden van de keizerlijke familie.

De bloemlezing is samengesteld uit twintig boeken waarin meer dan vierduizendvijfhonderd gedichten verwerkt zijn.

De drie thema’s

Er zijn drie grote thema’s aanwezig:

  • Sōmonka, 相聞歌, dit zijn weemoedige verzen die als onderwerp de dood van een keizer of een dierbare hadden.
  • Banka, 挽歌 , dit zijn liefdesgedichten met voornamelijk uitwisselingen van liefde en verlangen.
  • Zōka, 雑歌 , dit zijn diverse onderwerpen waarbij de natuur, jacht en reisverlangen voornamelijk aandacht kregen.

Bij de dichters was de natuur bij zōka het meest geliefd. Het werd niet alleen gebruikt als achtergrond, maar was het belangrijkste onderwerp. Het werd gebruikt als uiting van hun eerbied voor de schoonheid van de natuur. Deze traditie stamde uit het shintoïsme, 神道, de oorspronkelijke religie van Japan, waarbij natuurgeesten worden aanbeden en de grote liefde en eerbied voor de natuur opvalt.

De gedichten zijn opgedeeld in vier perioden

  1. In de vroegste periode zijn gedichten verzameld die hun oorsprong vinden in de prehistorische of legendarische tijden, die begonnen vanaf de regeerperiode van keizer Yūryaku (456 – 479). Verder zijn hierbij ook de gedichten verzameld uit de tijd van keizer Yōmei (van 585 – 587), keizer Saimei (594 – 661) en keizer Tenji (668 – 671).
  2. In de tweede periode, dat het einde van de zevende eeuw in beslag nam, lag de focus op de populaire dichter Kakinomoto no Hitomaro.
  3. De derde periode bracht de gedichten bijeen vanaf het jaar 700 tot ongeveer 730. Het omvatte de gedichten van Yamabe no Akihito, Otomo no Tabito en Yamanoue no Okura.
  4. Bij de laatste periode, de tijdsperiode tussen 730 en 760, ligt de focus op de dichter Otomo no Yakamochi, die ook de gedichten bijeengebracht had.

Soorten gedichten

In het Japans eindigen alle lettergrepen op een klinker, waardoor geen onderscheid bestaat tussen beklemtoonde/ onbeklemtoonde of lange/ korte lettergrepen. De Japanse dichters gebruiken daarom geen rijm. Als alternatief hebben ze gekozen voor een metrisch schema dat gebaseerd is op het aantal lettergrepen. In tanka bijvoorbeeld werkten de dichters met 5-7-5-7-7 lettergrepen.

Tanka (短歌)

Een tanka is samengesteld uit 31 lettergrepen en is verder ingedeeld in 7 versregels. De eerste 3 versregels zijn geconstrueerd uit 5 – 7 – 5 lettergrepen en zijn ook bekend als de kami-no-ku of de bovenste zin. In de volgende 2 versregels van 7 lettergrepen is de eigen interpretatie van de dichter verwoord. Deze 2 laatste regels zijn ook bekend als shimo-no-ku of de onderste zin. Kenmerkend voor de tanka is de aanwezigheid van het seizoenswoord of kigo (季語).

Chōka (長歌)

Net zoals een tanka is een chōka eerst samengesteld uit een patroon van 3 regels met 5 – 7 – 5 lettergrepen. Hierna is het opgevolgd door een onbepaald aantal van 5 -7 lettergrepen waarbij de auteur zelf bepaalde hoe lang hij het gedicht maakt. Vervolgens is het gedicht afgesloten met een 7 – 7 patroon. Omdat de dichter zelf de lengte van het gedicht bepaalde, sloot hij soms af met meer dan één tanka. De langst bewaarde chōka is opgebouwd uit 151 versregels.

Bussokusekika (仏足石歌)

Bussokusekika zijn gedichten die gegraveerd zijn op het stenen monument ‘De voet van Boeddha’ in de Yakushi tempel in Nara. Deze gedichten zijn opgebouwd uit een patroon van 6 regels van 5 – 7 – 5 – 7 – 7 – 7 lettergrepen.

Renga (連歌)

Een renga is opgebouwd zoals een tanka, maar het is toegelaten om er meerdere onder elkaar te plaatsen. Dit is een kettinggedicht. Opmerkelijk is ook dat een renga geschreven is door meerdere dichters.

Haiku (俳句)

De haiku komt niet voor in de Manyõshū. De dichtvorm is in de 17e eeuw in Japan uit oudere vormen ontstaan door de wedijver tussen verschillende grote dichters, waarvan Matsuo Basho waarschijnlijk de bekendste meester is. De toepassing was toen de hokku, de aanzetstrofe voor de renga, waaronder de tan renga of als eerste deel van de tanka. Pas aan het eind van de 19e eeuw werd door Masaoka Shiki het begingedicht hokku verzelfstandigd tot de haiku. Strikt genomen zijn daarmee de oudere gedichten van deze vorm hokku, ook al was het niet ongewoon dat het eervolle beginvers geschreven werd zonder de verwachting dat er een renga mee geschreven werd.

Specifiek woordgebruik

Aangezien de dichters geen gebruik maakten van rijm, waren ze heel creatief met de hantering van alliteratie, parallellisme en specifieke woorden. Bij het specifieke woordgebruik verkozen ze de volgende:

  • Kakekotoba (掛詞), een spilwoord
    Dit is één van de stijlfiguren die de dichters hanteerden bij een tanka. Hierbij kozen ze om de fonetische leeswijze van een groep karakters te gebruiken, om zo verschillende interpretaties te suggereren. Om de dubbele betekenissen extra in de verf te zetten, schreven ze het gedicht in hiragana. Het aantal dat in de Manyōshū teruggevonden is, is echter beperkt.
  • Makurakotoba (枕詞), letterlijk vertaald als “hoofdkussenwoord”
    Deze stijlfiguur benuttigden de dichters ook in een tanka en komt vaker voor in de Manyōshū. Hierbij kozen de dichters voor een woord dat ze voor een specifiek woord plaatsten. Door deze plaatsing moest het een bepaalde toon en gevoel aan het woord ervoor geven. Dit is te vergelijken met de versierende adjectieven, waarbij het adjectief door een klank, zintuiglijk gevoel, beeld enzovoort het substantief extra betekenis gaf.

Een paar dichters uitgelicht

Van alle auteurs zijn er slechts 450 gekend, waardoor een groot deel dus anoniem is gebleven. Onder de gekende auteurs zijn er ook vrouwen. De vrouwen schreven in hiragana-schrift terwijl de de mannen kanji karakters gebruikten

Ono no Komachi (小野 小町, ca. 825 – ca. 900)

Ono no Komachi getekend door Kikuchi Yōsai

Ono no Komachi getekend door Kikuchi Yōsai

Ono no Komachi was één van de bekendste vrouwelijke dichters van de Manyōshū. Over haar leven weten we niet veel en wat we weten, is afkomstig van verhalen. Ze schreef tanka en deze gingen meestal over passionele liefde, eenzaamheid en angst. Door deze terugkerende thema’s ontsproten tal van verhalen over haar liefdesleven.

Ono no Komachi is samen met vijf andere dichters uit de midden van de negende eeuw opgenomen tot het groepje van de Rokkasen ( 六歌仙, letterlijk vertaald als “de zes onsterfelijke dichters”). Vervolgens noteerde Fujiwara no Kintō haar bij de Sanjūrokkasen (三十六歌仙, letterlijk vertaald als “de zesendertig onsterfelijke dichters”). Dit waren 36 Japanse dichters uit de Nara, Asuka en Heian periode. Zij stonden als voorbeeld van de kunst van de Japanse dichters.

Yamabe no Akahito (山部赤人, 700 – 736)

De Japanse dichter Yamabe no Akahito in houtsnede van Utagawa Kuniyoshi

De Japanse dichter Yamabe no Akahito in houtsnede van Utagawa Kuniyoshi.

Yamabe no Akahito is bekend om zijn natuur- en landschapsgedichten, waarbij hij meer aandacht had voor de alledaagse en simpele natuur in plaats van bombastische of indrukwekkende natuurverschijnselen. Zo beschreef hij niet de reusachtige bergen of vulkanen, maar bijvoorbeeld de Kaguyama. Dit is een heuveltje van slechts 148 meter hoog. Hij is algemeen bekend als de specialist van de natuurgedichten en was één van de eerste professionele dichters van Japan.

Net zoals Ono no Komachi is hij opgenomen in de Sanjūrokkasen.

Kakinomoto no Hitomaro (柿本人麻呂, ca. 662 – 710)

Kakinomoto no Hitomaro

Kakinomoto no Hitomaro (柿本 人麻呂; c. 662 – 710) was een Japanse dichter uit de Nara periode. Deze tekening is gemaakt door de Japanse schilder Kikuchi Yosai 菊池容斎.

Kakinomoto no Hitomaro’s werken zijn het meest prominent aanwezig in de Manyōshū. In totaal zijn er vierhonderdvijftig gedichten van hem opgenomen, waaronder ongeveer twintig chōka. Er zijn twee belangrijke thema’s terug te vinden.

Vooraleerst schreef Kakinomoto no Hitomaro als poëet aan het hof in opdracht van edellieden. Hierbij waren weemoedige verzen over de dood van leden van het keizershuis talrijk en bezong hij zonder het geringste voorbehoud het lof van de keizerlijke familie. Door zijn retorische verheerlijking van het keizerschap kregen zijn verzen een rituele dimensie. Hij verweefde in sommige van zijn chōka elegie (melancholisch gedicht), eulogie (lofzang) en liefdesgedichten op magistrale wijze met elkaar.

Hiernaast schreef hij gedichten waarin hij gebeurtenissen vanuit zijn eigen leven verwerkte. Hierbij gebruikte hij brede natuurvergelijkingen en slaagde hij erin zijn verzen af en toe een epische dimensie te geven. Net zoals Ono no Komachi en Yamabe no Akahito is hij opgenomen in de Sanjūrokkasen.

(Bron: Wikipedia)

Waar je deze gedichten kunt lezen

De gedichten zijn vertaald naar het Engels. Op deze site kun je alle gedichten lezen in het Japans en in het Engels.

De Engelse vertaling kun je ook als boek of e-book kopen.

Of je kunt via deze link de versie uit 1965 in pdf-formaat gratis downloaden.

En voor de liefhebber is hier een schitterde bloemlezing uit de klassieke Japanse literatuur. Uiteraard staat hier in ook alles over de 1000 gedichten van de Manyõshū. Een prachtig naslag werk van meer dan 700 pagina’s.

Als je tot hier bent gekomen, vind je de informatie waarschijnlijk interessant. Wil je maandelijks op de hoogte blijven?

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.